misbruik2

Bijdrage Jan Sterenborg


Onderwerp: sexueel misbruik op ravensbos


Ravensbos terugkijkend


Terugkijkend na 50 jaar is niet eenvoudig en daarom sla ik wat tijd over en kom aan bij de periode net voor de reünie in 2010. Het was zo dat na de dood van zijn vrouw, Jène aan het schrijven is geslagen. En een van zijn bijdragen was, wat later genoemd werd “Met omtrekkende beweging”. Volgens Jène een roman maar het was meer een autobiografie over hoe Jène, genoemd Arie in het boek, zijn jeugd beleefde en vandaaruit op het seminarie Ravensbos terecht kwam daarna na Sevenum vertrok om uiteindelijk in België het groot seminarie te doorlopen en terug te keren naar Ravensbos als leraar Nederlands en later als leider van de toneelclub Kameleon. Ook doet Jène verslag van zijn uittreden, zijn vertrek naar Zeist waar hij onder de vleugels van pater Wim  uiteindelijk in Amsterdam zijn voorlopige bestemming vond als leraar Nederlands. In die periode ontmoette hij ook zijn vrouw Rinie en kreeg met haar drie dochters.


Jène had een groepje mensen geformeerd die iedere keer een paar korte hoofdstukken kregen toegestuurd en die dan met de nodige opmerkingen teruggestuurd werden.

Dit gebeuren riep bij mij een zo helder herbeleven van mijn periode op Ravensbos op dat ik op een goede Pinksterdag, de lucht was zeer sereen, het plan opvatte een reünie te organiseren.

Het plan was nog niet gemaakt of we werden gebombardeerd via de pers met verhalen over seksueel misbruik binnen de Katholieke kerk.


Je denkt dit waait wel weer over maar nee het bleef lang aanhouden. Ik heb toen nog in de voorbereiding van de reünie Peter van Velzen, Willem Reijnders en drogist gevraagd in Amsterdam te spreken over dit gegeven, omdat ik me afvroeg of het wel verstandig was een reünie te organiseren met het misbruik geweld op de achtergrond. Hoe zouden wij ons opstellen als tijdens de reünie ineens iemand zou opstaan om mensen te beschuldigen?

Maar de reünie verliep prima en ik leefde toen nog steeds in de veronderstelling: bij ons gebeurt zoiets niet. Tijdens mijn verblijf op Ravensbos had ik ook nooit iets dergelijks meegemaakt of meegekregen.

In wezen was het werk van Jène de aanleiding de reünie te organiseren. En later zou hij samen met Jo  die hij op de reünie ontmoet had het boek “Pater worden dat kan bij ons” schrijven. Hetzelfde procedé werd gehandhaafd er werd een groepje gevormd met mensen die de schrijvers van commentaar zouden voorzien waaronder Frans Duijf die ook meegewerkt had aan Met omtrekkende beweging.

Toen er iets over seksueel misbruik aan de orde moest komen in het boek Pater worden, ging dit proces mislopen. De e-mails over en weer werden steeds scherper en op een gegeven moment heb ik me terug getrokken omdat ik vreesde dat een en ander in een loopgravenoorlog zou eindigen. Frans Duijf heeft het tot het einde toe volgehouden, een werkelijk onvoorstelbaar iets.


Het probleem voor mij was dat ik net na de reünie op advies van Peter B., Jan had opgespoord die later bleek, was misbruikt door  A. Jan wilde eerst de naam van zijn misbruiker niet noemen omdat hij geen wraakgevoelens had. Later toen wij samen kwamen in een kleine reünie kwam toch de naam op tafel samen met het hele verhaal.. Ik was daar zeer blij mee want zolang je geen naam hebt vraag je je bij iedereen die je nog kent: was jij het soms? Werkelijk een walgelijke periode[1]. Ik had deze ervaring ook toen ik bij Pater Palm de klassenlijsten ging ophalen in Nijmegen en dan sta je voor zijn deur, hij doet open en je kijkt hem aan en dan anders dan normaal, met een  vraag in je ogen…

Niet voor herhaling vatbaar.


Vandaar dat ik de schrijvers van het boek Pater worden op de hoogte stelde, in vertrouwen, van de feiten. De reactie was onthutsend en vandaar dat ik me teruggetrokken heb uit het overleg. Eenzelfde ervaring kreeg ik met Toon , die misbruik absoluut van de hand wees en nadat ik hem de gegevens van J  gestuurd had, hij helemaal overstuur was. Toon kwam uit hetzelfde dorp als J en had de moeder van J toentertijd geadviseerd J naar Ravensbos te sturen, daar was het goed. J was toen al misbruikt door de latere Bisschop, toen nog kapelaan,….

Toon had samen met A. in Rome gestudeerd.

Het hele gebeuren rond het boek escaleerde en er zijn dingen gezegd die beter niet gezegd hadden kunnen worden. De spanning was om te snijden. Zelfs een advocate kwam ten tonele.

Deze druk zette Frans Duijf ertoe zijn boek Nummer 88 te schrijven werkelijk een prestatie van jewelste mijn inziens. Hij trok de hele problematiek in de wereld van nu, werkelijk een verrijking.

Het is jammer dat het boek van Frans Duijf niet in een discussie is gekomen, een gemiste kans en een ontkenning van wat er speelde op Ravensbos.

In het paradijs zat de slang al ingebouwd met andere woorden zonder die slang geen bewustzijn.

Het is opvallend te noemen dat met zoveel aanwezig intellect er weinig behoefte was aan bewustwording.

Toch was deze periode zeer leerzaam voor mijzelf en noopte mij de draad van mijn levenswerk weer op te pakken. De juiste vraag kwam van Chris, ook oud Ravensbos. Hij vroeg mij: wat vind je nog werkelijk van belang?

De beantwoording van die vraag leverde twee boekjes op: Een andere Wiskunde gebaseerd op het werk van beeldend kunstenaar Frans Coppelmans en het boekje Individuele Psychologische Diagnostiek gebaseerd op het werk van dr. Gé Calis en aangevuld met het werk van Frans Coppelmans.

Nu zal ik niet te diep in dit verhaal op deze beide werken ingaan maar in het boekje over psychologie wordt een onderzoeksmethode bekendgemaakt waarmee we zeg maar in de ziel van een mens kunnen kijken. De Amerikaanse wetenschappers wisten dat er iets was in de mens en noemde dat de Black Box en zij bestudeerden deze Black Box door er iets in de stoppen en dan te kijken wat eruit kwam aan gedrag. De stroming wordt Behaviorisme genoemd.

De aanpak van Gé Calis gecombineerd met het werk van Frans Coppelmans laat zien dat we in die Black Box kunnen kijken en wat treffen wij daar aan?

Concepten en angsten.

Nu is het wetenschappelijk vaststellen van concepten eenduidig: het concept is wel of niet aantoonbaar. Een hele prestatie van Calis en grondleggend voor een wetenschappelijke psychologie.

De wetenschappelijke gegevens die vrijkomen rond het thema angsten en trauma’s zijn echter meerduidig. Je kunt niet zeggen dat als een kind met angst reageert op een foto van zijn vader: oh dan misbruikt die vader zijn kind. Het kan een aanwijzing zijn in die richting maar je hebt dan wel meer ondersteunend bewijs nodig. Een term die we bij de commissie Deetman ook steeds weer tegenkomen, ondersteunend bewijs.

Een deze meerduidigheid van angsten maakt de hele discussie over seksueel misbruik ook zo complex.

Het is mijn inziens goed dat we nu een wetenschappelijke onderzoekstechniek hebben waarmee we gegevens over angsten op tafel kunnen krijgen en mijn hoop is dat naarmate er met deze techniek resultaten geboekt gaan worden, het steeds meer duidelijk wordt naar de samenleving dat je er niet mee wegkomt als je een kind misbruikt. Zelfs jaren later kan dit misbruik op tafel komen.

In die zin kan deze ontwikkeling leiden tot minder misbruik.

Om deze taak te volbrengen was Ravensbos voor mij een noodzakelijke weg.

In eerste instantie voor mij een paradijselijke plek, waar ik voor 100% van genoten heb, een culturele rijkdom ongekend, een echt gevoel van samen leven. Later kwam de slang erbij en kon ik mijn werk met hulp van Chris van der Linden en Frans Duijf voltooien.

Zonder Ravensbos, kan ik nu stellen, was mijn werk voor de samenleving onmogelijk geweest.

 

’s Gravenmoer, juni 2019

Jan Sterenborg


[1] Oceanen van emoties, het vertrouwde Ravensbos beeld werd verwoest. Waarschijnlijk beleven mensen die misbruikt zijn dit dagelijks? Je raakt je houvast kwijt.



Reactie peter van velzen


Wat mij in jouw verhaal treft is de schok als het beschermende beeld van Ravensbos pijnlijk vernietigd wordt. En dit beeld staat in schril contrast met de positieve beelden in het boek "Pater worden, dat kan hier". Je blijft achter met woede en het gevoel van verloren jaren.

Er zijn veel beelden van Ravensbos en ik wil graag mijn beeld met je delen:


1. Wat vooraf gaat

2. Ravensbos


1. Wat vooraf gaat

Je bent bij mij thuis geweest en ik heb je mijn schilderijen laten zien en je mijn vertrouwen gegeven.

Mijn wereld was niet zo mooi. Ik ben in 1948 geboren en ondanks mijn aandringen, stopt daar de autobiografie van mijn moeder over haar leven.

Daar begint mijn verhaal.

Mijn vader is homosexueel en komt uit een orthodox katholiek gezin. Om toch een maatschappelijke status te krijgen, trouwt hij mijn moeder. Leeft een dubbel leven.

-zijn vader en moeder houden niet van kinderen en hebben er zelf 13: stuk voor stuk neuroten op mijn tante Riet na.

-een paar zijn lid van de NSB

-mijn tante Jos, zus van mijn moeder, trouwt met een duitser, die na de oorlog niet terugkomt. Ze wordt bij ons thuis opgevangen. Haar tweede kind zou van mijn vader zijn.

-tante Jos steelt later achter mijn rug om kousen uit de kousenreparatiewinkel van mijn moeder.

-mijn moeder doet aan toneel.

-bij haar afwezigheid haalt mijn vader mij uit bed en zoekt in dronkenschap troost. 'S morgens lacht hij mij toe om onze eeuwige vriendschap, ons geheim, te bestendigen.

-ik wil dood.

-tenslotte kom ik bij de huisarts. Mijn moeder heeft ontdekt dat mijn ondergoed doordrenkt is van bloedkorsten en pus. Ik slaap op mijn zij met opgetrokken knieen. Ik sla met mijn hoofd heen en weer om in trance te komen.

-mijn oma (moederskant) die geen kolen krijgt van de familie, sterft van de kou.

-het schelden en schreeuwen neemt toe, het servies gaat aan scherven, het Ave Maria van Mozart wordt keihard gedraaid en wordt afgewisseld met "Schlafe, mein Prinzchen, schlaf' ein" van de

Dutch Swing College Band


En dan:

-de huisarts vraagt of mijn moeder wel weet wat er aan de hand is?

-de kinderbescherming grijpt in, ik ben 7, de kinderrechter stuurt mijn vader het huis uit.

-de winkel wordt gesloten.

-een vreemde dame neemt ons mee naar kindertehuis no 1 in Amsterdam. Een puinhoop. Ik krijg een blok hout op mijn hoofd en lig met een hersenschudding op de ziekenboeg.

-mijn moeder ontvoert ons en houdt ons wekenlang verborgen.

-de politie doet een inval, vecht met mijn moeder om de sleutel en wij, kinderen bidden 25 onze vaders.

-we gaan naar kindertehuis 2 in een geblindeerde zwarte auto, daarblijf ik de jaren van de lagere school.

-ik ben 13 en de kinderrechter vraagt wat ik wil: naar huis? Nee. Naar een pleeggezin? Nee. Ik zeg uit volle overtuiging "ik wil priester worden." 

Voor het eerst heb ik de regie in eigen hand. Het is mijn besluit. Ik ga naar Ravensbos.


2. Ravensbos


Ik ga naar Ravensbos.

Ik ben bewapend met mijn intuïtie, met wat zou kunnen gebeuren. Met de wetenschap of ervaring dat niet alles lijkt wat het is.

Maar ik ben vrij. Ik schrijf in mijn dagboek: "de nacht is mij, de dag is anders". Soms raak ik trillend verlamd, trek de huid van mijn handen en voeten en Levertraan zalf doet wonderen. Ik huil 's nachts in stilte en het eerste jaar plas ik nog in bed.

En toch: ik ben vrij én veilig.

Ik heb alles gepakt wat mij belangrijk leek en mij werd aangeboden door Paters als Palm, van Moorsel, van der Zee.

En ja, ik was getraumatiseerd, met levenslange littekens, sporen waren getrokken. Ik heb nooit spijt gehad voor mijn verblijf op Ravensbos en de reunie was het kado.
Mijn pijn maakte ik productief in verbondheid. Alles van waarde is weerloos.


Tenslotte Jan,

Er is geen rangorde in verdriet en ook geen rangorde in omzien in verwondering.

Met die wijsheid heeft iedereen, jij, Jene, Jo, Chris en  Frans een plek in onze gedeelde geschiedenis. Ook jij hebt recht op verdriet en mensen met wie je dat deelt.


Het ga je goed,

Peter van Velzen

juni 2019